Informatie over de Operatie

gepost in Praktische Info | 0

Vroeger vonden buikoperaties plaats door middel van een zogenaamde laparotomie waarbij een (grote) incisie werd gemaakt om toegang te krijgen tot de buikholte en darmen.

Nu wordt de techniek van de laparoscopie (= het kijken in de buik) meer en meer toegepast – de zgn. kijkoperatie.

In normale toestand staat de buikinhoud in nauw contact met de buikwand. Om een ruimte de krijgen die het mogelijk maakt de videocamera naar binnen te brengen, moet er dus eerst een soort “luchtbel” worden aangelegd om in te werken, en dit gebeurt door de buik op te blazen. Daarom begint de operatie met het inspuiten in de buik van koolzuurgas. Deze werkruimte (de “luchtbel”) kan worden verwezenlijkt met behulp van een beschermde naald die wordt ingebracht doorheen de buikwand.

Wanneer de werkruimte is aangelegd, gebruikt de chirurg “trocars”, d.w.z. holle kokertjes voorzien van kleppen, die het mogelijk maken het gas te behouden in de buik. Via deze trocars worden de videocamera en de chirurgische instrumenten binnengebracht. Deze kokers worden aangebracht door kleine sneden in de huid op de buikwand.

Vervolgens gebeurt de operatie “met gesloten buik” want de chirurg hanteert de instrumenten langs de buitenzijde van je buik, en volgt de operatie in de binnenzijde van de buik op een televisiescherm.

Bij het ontwaken kan je pijn voelen aan de schouders. Deze pijn wordt veroorzaakt door het feit dat de buik werd opgeblazen met koolzuurgas om de werkruimte aan te leggen, en dit koolzuurgas bij het einde van de operatie nooit volledig kan worden verwijderd. Dit overblijvende gas zal echter snel en zonder gevaar voor je organisme worden geabsorbeerd. De pijn is tijdelijk en verdwijnt snel, binnen enkele dagen na de operatie.

De chirurgische instrumenten die worden gebruikt zijn niet dezelfde als de instrumenten die worden gebruikt bij de klassieke chirurgie, d.w.z. met “open buik”. Sommige instrumenten zijn technologisch zo complex dat zij slechts kunnen worden gebruikt bij één enkele patiënt. Deze instrumenten noemt men “disposables” (wegwerpbaar), d.w.z. dat men ze weggooit na de operatie. Het materiaal voor éénmalig gebruik wordt niet altijd terugbetaald door het RIZIV.

Je vermogen om je activiteiten van voor de operatie te hernemen, zal variëren in functie van je fysieke toestand, de aard van de activiteit en het type bariatrische ingreep dat je onderging. Vele patiënten kunnen hun activiteiten van voor de operatie hernemen binnen de twee tot zes weken na de ingreep.

Bron: o.m. Obesitascentrum Stuivenberg, Antwerpen

Laat een Reactie Achter

negen + zeven =